(NATUURLIJK) OVERWICHT… HET GEHEIME INGREDIËNT?

 

We zijn allemaal ervaringsdeskundigen, toch? Herinnert u het zich nog? Bij de ene docent was het meteen als vanzelf stil en had iedereen aandacht en bij de andere hing de halve klas in de lampen. Je ‘had’ het als docent of je ‘had’ het niet. En oh wee als je het niet had… dan was je docentenleventje niet echt geweldig.

 

Tussen de middag- en de avondbegeleiding heb ik even tijd om de krant door te neuzen. Een verhaal over ‘klassenmanagement’ trekt mijn aandacht. Conclusie van het krantenartikel? Wij schijnen daar als Nederlandse docenten heel slecht in te zijn. Klassenmanagement? Oh ja, vroeger heette dat gewoon rustig kunnen lesgeven. Daar schijnen veel docenten tegenwoordig nauwelijks meer aan toe te komen, zo ongedisciplineerd en rumoerig zijn onze Nederlandse kinderen. Er werd een treurig beeld geschetst in de krant.

 

Toch kom ik op mijn instituut eigenlijk alleen maar leerlingen tegen die rustig binnenkomen, hun spullen pakken en aan het werk gaan. Ik heb er nog nooit in aan de TL-buizen zien hangen. En of ze nou zo gemotiveerd zijn? Nou… als de eerste goede cijfers vallen beginnen de mondhoeken wat omhoog te krullen, maar om nu te zeggen dat ze stralen van enthousiasme voor school, nee. En heb ik alleen maar VWO-leerlingen? Nee, gelukkig varieert het van VMBO-basis tot VWO, van brugklas tot eindexamen. Is het een dwarsdoorsnede van de Nederlandse schoolpopulatie? Nee, daar moet ik eerlijk in zijn, daarvoor wonen we in het ‘verkeerde’ deel van Nederland.

Maar ik heb ook ervaring met stadsscholen, met leerlingen uit achterstandswijken, met VMBO-scholen en er was (bijna) altijd een goede sfeer in de klassen. Mijn verdienste? Nou nee, niet verdienste, maar misschien wel een beetje mijn instelling. Mijn geheime ingrediënt? Oprechte belangstelling voor mijn leerlingen, voor wat ze bezighoudt en voor de wereld waarin zij leven. Ik hoef niet per se in diezelfde wereld te leven, hoef er zelfs niet eens veel verstand van te hebben (dan maak je je als 50-plusser alleen maar belachelijk), maar erkennen dat het hun wereld is en die serieus nemen… dat is wel belangrijk. Daarom neem ik bij een nieuwe leerling altijd even de tijd om te observeren en te praten. Waarom ging het niet helemaal lekker op school? Waar zit het probleem? Wat vind je belangrijk in het leven? Wat voor mens ben je? En dan gaat het ook heel vaak over zaken die niets met school te maken hebben. Over bijbaantjes. Over de zorgen die ze hebben om wat er in de wereld gebeurt. Over hun toekomstplannen.

 

En nee, we zitten echt geen uren te praten, want er wordt gewerkt. Meestal in stilte en geconcentreerd. Dat werpt vaak al snel zijn vruchten af en dat waarderen ze. Net zoals wij vroeger op school een docent konden waarderen die een goed lesklimaat wist te ontwikkelen in zijn klas. Want je wil als leerling helemaal niet in de lampen hangen en constant onrust om je heen. Een van mijn mooiste herinneringen als docent is een Havo 4 klas met 28 jongens (niet één meisje), die stuk voor stuk verdiept in hun zelfgekozen boek voor de leeslijst 50 minuten rust vinden en als de bel gaat verzuchten: ‘He, jammer, dit was best fijn.’ Opschepperij? Nee, het gebeurde echt en dat is ongelooflijk genieten als docent.

 

Terug naar dat gebrek aan klassenmanagement. Valt het te leren? Ja, daar ben ik van overtuigd. Wat je nodig hebt als docent is oprechte interesse, in je vak en in je leerlingen,een goede lesvoorbereiding, duidelijkheid en geduld. Dan ben je al een heel eind.

 

 

 

 

SNUFFELEN AAN JE TOEKOMST

Snuffeldagen voor aanstaande brugklassers, de meeste scholen doen het tegenwoordig… een gouden vondst. Toen ik nog volop voor de klas stond in Den Bosch, maakte ik er als docent voor de eerste keer kennis mee. Een druilerige woensdagmiddag in februari en dan al die verwachtingsvolle snoetjes in de hal, sommige stoer, andere een beetje verlegen, maar allemaal behoorlijk onder de indruk van het grote schoolgebouw en de enorme hoeveelheid leerlingen die na de bel uit de lokalen stroomde. Hun toekomst!

 

Als docent heb ik me er altijd heel goed op voorbereid. Je krijgt zo’n klasje voor je neus en je probeert je te verplaatsen in hun gedachten en gevoelens. Wat ze dus absoluut NIET willen is dat je zoveel mogelijk probeert de basisschool na te bootsen. Dat ervaren ze vaak als een enorme afknapper. Het moet dus echt allemaal Middelbare School ademen… het lokaal, de les, alles. En het moet vooral ook een hele positieve ervaring zijn. Een lastige opgave, want zo’n snuffeldag kan toch heel overweldigend zijn voor sommige kinderen. Gelukkig staat er altijd een legertje mentoren klaar om ‘hun’ brugpiepers van het komende schooljaar op te vangen en op hun gemak te stellen. Een rots in de branding, die mentoren. En die rots hebben onze nieuwkomers de eerste maanden van het nieuwe schooljaar hard nodig.

 

Een goed begin is het halve werk

 

Ook nu heb ik weer veel brugklassers in mijn praktijk. Je ziet ze met de dag zelfverzekerder en zelfstandiger worden. Sommigen kwamen binnen met een leerprobleem dat op de middelbare school echt een struikelblok dreigt te worden, anderen wilden vooral meteen een goede start maken. Want hoe toegewijd de mentoren van brugklassen ook zijn, het is een hele opgave om 28 tot 32 kinderen het verwarrende eerste jaar door te loodsen en ze echt te leren hoe ze het beste uit zichzelf kunnen halen.

 

Nieuw en verwarrend, ook voor ouders

 

Naderhand kun je er om lachen, maar ook ouders zijn vaak onzeker over hun eerste brugklasser. De kunst is de goede school te kiezen… en tja, hoe doe je dat? Er komt een vloedgolf aan informatie over je heen en aan je eigen ervaringen van vroeger heb je niet veel. Je kiest heel bewust voor een bepaalde school (vanwege een afwijkend programma of een goed verhaal over begeleiding) en de dagelijkse praktijk blijkt een stuk weerbarstiger. Je koos voor Vught of Tilburg en ziet vervolgens je kind iedere ochtend wiebelend op zijn nieuwe fiets met zijn veel te grote tas achterop het garagepad af fietsen. Zonder zijn broodtrommel, want die staat in alle haast nog eenzaam naast het lege koffiekopje op de aanrecht. Ik heb zelf een keer bij mijn oudste de onvergeeflijke fout gemaakt het trommeltje na te brengen. Dat werd me niet in dank afgenomen. Voor schut stond-ie!

Vervolgens zit je ’s avonds met dochter- of zoonlief gebogen over het eerste wiskundeboek. ‘Nee pap, zo heeft die meneer het niet uitgelegd,’ klinkt het wanhopig. ‘Nou snap ik er helemaal niks meer van.’ Steekt het puberduiveltje nu al de kop op? Dat wordt nog wat de komende jaren.

 

Een bijzondere tijd

 

Zo’n eerste jaar… het is een bijzondere tijd. En vooral achteraf kun je er met een glimlach en weemoed aan terugdenken. Zit je er middenin, dan kost het je soms menig zweetdruppeltje. Maar het is zeker ook een mooie tijd, een belangrijke mijlpaal is bereikt en nu is het zaak zonder kleerscheuren de volgende te halen: de tweede klas op een schoolniveau dat recht doet aan je kind., of dat nu vmbo, havo of vwo is. Weer een uitdaging erbij.

 

Adres
Burg. Verwielstraat 67

5062 CG Oisterwijk

Contact
06-40570172

Info@studiewijzeroisterwijk.nl

KvK
Ingeschreven bij de KvK

onder nummer 17241992